Rasstandaard van de 3 haarvarieteiten

We kennen 3 haarvarieteiten:

1. Korthaar

2. Ruwhaar

3. Langhaar

Rasstandaard van deze varieteiten:

KORTHARIGE DASHOND:

Haar:
kort, dicht en glanzend, glad aanliggend, vast en hard, nergens onbehaarde plekken tonend.
Staart:
fijn en vol, maar niet rijkelijk behaard. Wat langere haren ( grannen ) aan de onderzijde van de staart is niet fout.
Kleur:
a. Eenkleurige: rood, roodgeel,geel, alles met of zonder zwarte sticheling. Zuivere kleur gaat voor en rood moet boven roodgeel en geel worden gesteld. Ook sterk zwarte gestichelde honden horen hierbij en niet bij de anders gekleurde. Wit is niet gewenst, maar een enkele vlek is niet uitsluitend. Neus en nagels zwart; roodbruin is ook toegestaan, maar niet gewenst
b. Tweekleurige: diepzwart of bruin, ieder met roestbruine of gele aftekening ( brand ) boven de ogen, aan weerszijde van de mond, aan de onderlip, aan de binnenkant van het behang, aan de voorborst, aan de binnen-en achterkant van de benen, aan de voeten,om de anus en vandaar af tot eenderde of de helft van de onderkant van de staart. Neus en nagels bij zwarte honden zwart, bij bruine honden bruin. Wit is niet gewenst, maar een op zichzelf staande kleine vlek is niet diskwalificerend. Een te sterk verspreide brand is niet gewenst.
c. Gevlekt ( getijgerd, gestroomd ): de grondkleur ia altijd de donkere kleur ( zwart, rood of grijs ). Gewenst zijn onregelmatige grijze, maar ook beige vlekken ( niet gewenst zijn grote platen ). De donkere noch de lichte kleur mag overheersen. De kleur van gestroomde teckels is rood of geel met donkere stroming. Neus en nagels als bij een-en tweekleurige.

 

RUWHARIGE DASHOND:

Haar: met uitzondering van de vang, wenkbrauwen en oren, op het hele lichaam van onderwol voorzien, volkomen gelijkmatig aanliggend, dicht, draadachtig dekhaar. Aan de snuit toont zich een uitgesproken duidelijke baard. De wenkbrauwen zijn borstelig. De oren zijn korter behaard dan het lichaam, bijna glad.
Staart:
goed en gelijkmatig strak aanliggend behaard
Kleur:
overwegend licht tot donker wildzwijnkleurig alsook de kleur van droge bladeren. Verder geldt hetzelfde als voor de kleuren beschreven bij de korthaar a. tot c.
  

 

LANGHARIGE DASHOND:

Haar: het van onderwol voorziene, sluike, glanzende haar, aan het lichaam aanliggend, verlengt zich onder de hals en aan de onderzijde van het lichaam, hangt aan de oren over, toont aan de achterkant van de benen een duidelijk langere beharing ( bevedering ), bereikt de grootste lengte aan de onderkant van de staarten vormt daar een complete vlag.
Kleur:
hierbij geldt hetzelfde als bij de korthaar beschreven onder a. tot c.

2 reacties op “Rasstandaard van de 3 haarvarieteiten

  1. Hoi Ien
    'Heel leuk en interessant om dit en het vorige bericht te lezen.
    Maar het aller belangrijkste blijft toch, dat het klikt tussen je hond(en) en het baasje (vrouwtje). Ook al is het een vuilnisbak ras en lelijk.
    Wij zijn gelukkig "gezegend"met prachtige én zeer lieve teckels!!!!!
    Dus we blijven genieten.
    Groetjes,Jacqueline

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>